AANTEKENINGEN BIJ DE PAGINA 'ONTWIKKELING VAN HET WERELDBEELD'
Galileo Galilei (links boven) en Isaac Newton (rechts er naast)
Thales van Milete. Naar de overlevering:
Wat is het moeilijkst van alles? Zichzelf kennen!
Wat is het makkelijkst? Anderen raad geven!
Wat is God? Dat wat noch aanvang noch einde heeft!
Hoe kan men volkomen deugdzaam leven? Door nooit te doen wat wij in anderen veroordelen!De geschiedschrijver Hèrodotus verhaalt dat er een veldslag plaatsvond tussen de Meden (in Iran) en de Lydiers (in Klein Azië) toen eensklaps de zon werd verduisterd. De strijdende partijen staakten het gevecht en vielen op hun knieën om de goden te smeken de zon terug te geven. Hun gebed werd verhoord en het gevecht veranderde in een groot feest tussen de voormalige vijanden. Volgens Hèrodotus was de zonsverduistering voorspelt door een wijze Egyptische priester (Thales). Dit was de strijdenden echter niet bekend.
"Maar Aristarchus van Samos schreef een boek, waarin bepaalde hypotheses stonden waarvan de premissen tot de conclusie leiden dat het heelal veel groter is dan tot nu toe gedacht.
Zijn hypotheses zeggen dat de sterren en de zon onbeweeglijk zijn, dat de aarde rond de zon wentelt langs de omtrek van een cirkel, met de zon in het midden van de baan."
1.Het hemelgewelf heeft de vorm van een bol en draait als een bol.
2.Voor de zintuigelijke waarneming is de aarde, als geheel beschouwd, eveneens bolvormig.
3. De aarde bevindt zich als het middelpunt, in het midden van het totale gewelf.
4.Wat grootte en afstand betreft kan de aarde, tegenover de sfeer der vaste sterren, als een punt worden beschouwd.
5. De aarde heeft geen enkele beweging die plaatsverandering veroorzaakt.
Kepler. Bewegingswetten voor de planeten:
1. Een planeet beweegt rond de zon in een ellipsbaan met de zon in één der brandpunten.
2. Een rechte lijn, die de zon en planeet verbindt, beschrijft gelijke oppervlakken (perken) binnen de omloopsbaan in gelijke tijdsintervallen.
3. Het kwadraad van de omloopstijd van een planeet om de zon is gelijk aan de derde macht van de gemiddelde afstand van de planeet tot de zon.
1. Lichamen in rust of in rechtlijnige uniforme beweging blijven in rust of in rechtlijnige uniforme beweging, tenzij ze gedwongen worden door een externe kracht deze toestand te veranderen.
2. De kracht uitgeoefend op een lichaam, is gelijk aan het produkt van massa en versnelling, teweeg gebracht door deze kracht. Hierbij worden aan kracht en versnelling zowel een grootte als een richting worden toegekend.
3. Voor iedere kracht (actie) bestaat er een even grote kracht (reactie) werkend in tegenovergestelde richting.
4. Tussen elke twee lichamen in het heelal bestaat een universele aantrekkende zwaartekracht, die evenredig is met het produkt van de massas der beide lichamen en omgekeerd evenredig met de afstand tussen deze lichamen.
Einstein. De algemene veldvergelijking:
R[mn] - ½ R.g[mn] = k.T[mn]
Deze vergelijking bestaat uit meerdimensionale grootheden, tensoren genaamd. De indices m en n van de tensoren doorlopen de waarden 0, 1, 2 en 3 corresponderend met 4 dimensies, 3 voor de ruimte en 1 voor de tijd.
In het linkerlid staat een geometrische tensor, gevormd uit twee andere tensoren. Dit zijn de Ricci tensor R[mn] en de fundamentele tensor g[mn]. Deze beide tensoren worden bepaald door de geometrie van de ruimte-tijd. De scalaire factor R is afgeleid van de Ricci tensor en wordt ook wel de scalaire kromming van de ruimte genoemd.
In het rechterlid staat een gewone constante k en de energie tensor T[mn]. De energie tensor wordt bepaald door alle in de ruimte aanwezige massa en energie. De constante k is evenredig met de gravitatie constante in de universele gravitatiewet van Newton.
De veldvergelijking is toepasbaar op een afgesloten ruimtelijk volume, zoals ons zonnestelsel, zwarte gaten of de ruimte als geheel. In woorden uitgedrukt, houdt dit in dat de geometrie van de ruimte correspondeert met de totale energieinhoud van deze ruimte, inclusief de energie, die overeen komt massa's.
N.B. We kunnen volgens de tensor rekening R bepalen als spoor van R[mn] en T als spoor van T[mn]. Door samentrekking over alle indices volgt dan lokaal (vanwege spoor g = 4) de betrekking voor de scalaire kromming R = - kT, waarbij T bepalend is voor de totale massa-energie van de ruimte.